Goed voorbereid naar het praktijkexamen
HTV / PHB Domein I Dienstverlening en Calamiteiten

Ontvangst

  • De examenleider vraagt u om uw geldige identiteitsbewijs te laten zien en de presentielijst te ondertekenen.
  • U krijgt een rondleiding door de examenstraat. Bij het examen zijn alleen mensen aanwezig die hiervoor zijn uitgenodigd. Doordat het examen wordt afgenomen in de openbare ruimte lopen er soms passanten die niet direct bij uw examen betrokken zijn door de ruimte.
  • U krijgt een briefing. De examenleider geeft u relevante en belangrijke informatie over de situaties die u op straat tijdens het examen kunt tegenkomen. De briefing eindigt met een paar minuten waarin u zich met uw partner kunt voorbereiden.


Hulpmiddelen

  • U krijgt de toegestane en beschikbare hulpmiddelen, zoals portofoon, bonnenboekje, feitenboekje en plattegrond van de examenstraat. De examenstraten op externe locaties zijn in gelijk aan die van Amersfoort, alleen de indeling kan afwijken.
  • Wij wijzen u erop dat u, behalve een pen, alleen gebruik mag maken van hulpmiddelen die ExTH geeft. Mocht één van de examenfunctionarissen zien dat u bijvoorbeeld een eigen feitcodeboekje, aantekenboekje of telefoon gebruikt, of anderszins constateren dat u de regels overtreedt door het niet opvolgen van de aanwijzingen die gegeven zijn, wordt u direct van het examen uitgesloten.
  • De portofoon heeft een nummer. Dit nummer wordt bij de oproepen gebruikt. U meldt “aanvang dienst” en “einde dienst”. Portofoonverkeer is kort en zakelijk en iedereen spreekt elkaar met “u” aan. Er wordt tijdens het portofoonverkeer gebruikgemaakt van sluitcodes (over, over en uit).
  • De kandidaat die het voortouw in de casus neemt krijgt een hesje aan. Wanneer er een bodycam aanwezig is op de locatie, wordt deze op uw kleding bevestigd.


Praktijkopdrachten

  • Tijdens het examen D&C krijgt u vier praktijkopdrachten voorgelegd: 2 opdrachten waarin u en uw partner hulp moeten verlenen en 2 opdrachten waarin u en uw partner een dienst moeten verlenen. Elke kandidaat krijgt de gelegenheid om zijn competenties te laten zien waarvan samenwerking een aspect is.
  • Op aanwijzing van de examenfunctionaris gaat uw examen van start. U legt het examen af in een contextrijke omgeving. Tijdens het examen wordt u geconfronteerd met situaties uit de beroepspraktijk. Dit zijn de praktijkopdrachten. Tijdens het examen is de Model APV van toepassing. Het publiek wordt gespeeld door trainingsacteurs. U kunt in een situatie met 1 of 2 trainingsacteurs te maken krijgen.


Samenwerking

  • Net als in de praktijk loopt u uw ronde samen met een collega (ook een examenkandidaat). De examenorganisatie bepaalt de samenstelling van de koppels. Onderling ruilen is niet toegestaan.
  • Kandidaten zijn beide verantwoordelijk voor een goed verloop van de in het examen aangeboden casussen. Beide kandidaten kunnen dus op cruciale punten van de aangeboden casussen zakken en niet alleen op de casus waarin zij het voortouw hebben genomen.


Een voorbeeld: Kandidaat 1 spreekt een mishandelde burger aan. Hij verzuimt het slachtoffer te melden dat deze aangifte moet doen. Kandidaat 2 staat bij het gesprek, hoort wat zijn collega zegt, maar vult hem niet aan en wijst het slachtoffer ook niet op het doen van aangifte. Kandidaat 2 blijft hiermee (ook) verwijtbaar in gebreke en daarom zakken beide kandidaten op het punt dat zij de cruciale melding niet hebben gedaan.

NB Beoordelaars gaan altijd uit van verwijtbaarheid in zulke situaties. Was kandidaat 2 bijvoorbeeld met een andere burger in gesprek en kon hij niet weten/horen wat kandidaat 1 tegen het slachtoffer heeft gezegd dan blijft kandidaat 2 niet verwijtbaar in gebreke en scoort alleen kandidaat 1 een onvoldoende.

  • Samenwerken is dus essentieel en kandidaten:

– Mogen/moeten elkaar (op een collegiale manier) aanvullen daar waar nodig.
– Mogen elkaars aantekeningen gebruiken bij de uitwerking van de rapportage
– Mogen, als daar tijd voor is, elkaars rapportage nalezen ter controle. Let wel: Voor de rapportage geldt dat de kandidaat die hem heeft opgesteld persoonlijk verantwoordelijk is.

  • Na het optreden op straat gaat u naar binnen om de rapportage op te maken. De examenleider meldt u over welke situatie u een rapportage schrijft. Tijdens het uitwerken van de rapportage mag u samenwerken en gebruik maken van elkaars notities. Echter, degene die het opgemaakte document inlevert, is verantwoordelijk voor de inhoud.


Beoordeling

Uw optreden en uw ingediende rapportage worden beoordeeld door twee beoordelaars die werken onder verantwoordelijkheid van een examenleider.

  • U kunt voor elk examen een Onvoldoende, Voldoende of Goed scoren. Elke kandidaat wordt afzonderlijk beoordeeld waarin ook de wijze van samenwerking wordt meegewogen.
  • U behaalt het examen als u een voldoende score behaalt op de beoordelingspunten vermeld in het eindbeoordelingsformulier.


Het examen D&C duurt 50 minuten: 30 minuten voor briefing en optreden + 20 minuten voor het schrijven van de rapportage. Aan het einde van het examen wordt u naar de uitgang begeleid. Wij verzoeken u vervolgens de examenlocatie geheel te verlaten.

Punten van aandacht

Stem uw gedrag, houding en toon af op de situatie. Het publiek wordt altijd met ‘u’ aangesproken.

Het gebruik van geweld bij het uitoefenen van uw functie is niet toegestaan.

Tijdens het rapporteren kan de telefoon gaan en kunnen er bezoekers komen. U reageert daarop zoals u ook in de praktijk zou doen.

Kandidaten mogen formeel een bijlage, geschreven op papier van ExTH, toevoegen aan de combibon. Er moet dan worden voldaan aan de volgende cruciale gestelde eisen:

  • De kandidaat verwijst in de redenen van wetenschap naar een bijlage van de combibon.
  • Het toegevoegde document is ondertekend door de kandidaat.


Als aan beiden of één van beide voorwaarden niet wordt voldaan wordt de (inhoud van de) bijlage niet beoordeeld.